“Je gaat het pas zien, als je het door hebt” zei Johan Cruijf

Deze bovenstaande uitspraak van Cruijf typeert ook ons werk.

Omgevingsfactoren zijn overal. Wij functioneren beter als ze gunstig zijn en ons helpen functioneren.

Voorbeelden

  • hotelkamers met lawaaiige airco en geen raam dat open kan
  • badkamers in hotels waarvan de douchekraan een gebruiksaanwijzing heeft die we pas na 3 dagen ontdekken ( en 3x koud douchen)
  • waar is de WC? De muur en de deuren zijn wit. Het bordje is klein en onooglijk.
  • het trekkoord om te alarmeren vlak naast het lichtknopje in de wc (en een bordje: het rode koord is een alarmkoord!)
  • licht dat automatisch aangaat als je de deur open doet waardoor mensen het lichtknopje zoeken(en uit als je die dicht doet….. net als vroeger de koelkast: was ook zo verbazingwekkend)
  • glaswanden als afscheiding naast een trap waardoor je helemaal naar beneden kunt kijken in de diepte (prettig bij hoogtevrees!)
  • drempels, ook in een woonzorgcentrum
  • vloerverwarming waardoor de mensen in het woonzorgcentrum – omdat ze geen kachel zien – het koud hebben
  • glazen puien naar een inpandig plein, waardoor alle lampen weerkaatsen en je nauwelijks ziet waar de ruimte eindigt
  • glazen puien van vloer tot plafond, waardoor mensen er tegen aan lopen omdat zij het niet waarnemen als afscheiding
  • gebruik van harde materialen waardoor geluid weerkaatst en een gesprek voeren moeite kost

Zintuigen

Bedenk dan dat ouderen minder kunnen zien dan jongeren door achteruitgang van het oog, oogziektes, tragere aanpassing aan andere lichtomstandigheden. Wist u dat 10% van de 55-jarigen gehoorproblemen heeft? En bij 85 jaar is dat 40%.

Onze zintuigen geven de informatie door van wat we horen, zien, voelen, ruiken en proeven. Die informatie wordt gebundeld in onze hersenen tot een beeld. Op grond van dat beeld hebben wij een bepaalde verwachting.

Experiment

L’Hermitte 1986 heeft het omgevings afhankelijkheidssyndroom (environmental dependancy syndrome) beschreven. In deze studie werd het gedrag van patiënten geobserveerd in normale dagelijks situaties. Twee mensen met fronto temporale dementie werden geobserveerd in een dokterskamer, een zaal voor lezingen, een auto, een tuin, een cadeauwinkel en bij bezoek aan een appartement waar diverse activiteiten mogelijk waren.

Hun gedrag was opvallend, omdat impliciet de omgeving kenmerken had die het gedrag stuurden. Hierdoor werd zichtbaar dat er een disbalans was in de persoonlijke autonomie. De omgeving stuurde het gedrag. Uiteraard zijn hier ook verschillen tussen personen in hoe het verlies van autonomie en zelforganisatie zich manifesteerde.

Lhermitte, F. (1986), Human autonomy and the frontal lobes. Part II: Patient behavior in complex and social situations: The “environmental dependency syndrome”. Ann Neurol., 19: 335–343. doi: 10.1002/ana.410190405

In zijn algemeenheid zijn mensen met dementie aangewezen op informatie uit de omgeving om te weten waar ze zijn en wat ze moeten doen. Die huiskamer, keuken, kerk, bibliotheek moet er dan ook uitzien als zodanig. Hoe duidelijker de ruimte gedefinieerd is en eruit ziet, hoe meer de persoon met dementie geholpen wordt om de juiste dingen te doen. 

Herkennen

Wat we herkennen kunnen we begrijpen. Bij mensen met dementie is het herkennen van de omgeving geen vanzelfsprekendheid. Het geheugen faalt en de ruimte is misschien onduidelijk of rommelig ingericht, waardoor zij niet weten wat er van hun verwacht wordt.

De omgeving als gids

De omgeving kan een gids zijn om te kunnen functioneren, waardoor beperkingen gecompenseerd worden. De omgeving omvat alles: de bouw en de inrichting, de structuur van de dag, het eten en drinken, de zingeving en tijdbesteding en de bejegening en de communicatie.

Wij kunnen uw gids zijn om u te leren kijken door de ogen van de mensen met dementie. Dan ziet de wereld er totaal anders uit!

Marga van Oort